Lots of kots

Toen ik thuiskwam van een bezoekje aan de kluswinkel, kwam de zure lucht me al tegemoet.
Ruben had intussen z’n bed én beide banken ondergespuugd.
’t arme jochie.
En daar zat ie dan, ingepakt in slecht een badhanddoek en luier keek ie me op 
z’n állerzieligst aan.
Heel slap ook.
Die oogjes keken niet helder zeg maar…
Ik vroeg of ie wilde slapen,
ja dus.
Een fris bedje dus…
Hij sliep een paar uur achter mekaar…en elk half uur gingen we maar even kijken…
  
Intussen was ik aardig in paniek geraakt, want ik had gezien dat er stukjes
van de blaadjes van een nieuw plantje op tafel lagen.
Mét tandafdrukjes!
Shit!
In paniek belde ik mijn moeder om te vragen wat de naam was van dat plantje
dat ik van haar had gekregen.
Ze neusde wat in plantenboeken en kwam op de naam: Kalanchoe
Een of ander vetplantje met vrolijke bloemetjes.
 
Meteen gegoogled en toen raakte ik helemaal in paniek natuurlijk.
Er waren natuurlijk verschillende soorten, maar er wás een combinatie met het woord giftig!
 
Álle alarmbellen in mijn lijf begonnen te rinkelen en meteen googlede ik verder
naar het telefoonnummer van de huisartsenpost.
Deze nam contact op met een of ander centrum dat hierin gespecialiseerd is, waarna al snel het verlossende telefoontje kwam,
het kon geen kwaad, kon alleen veel slijm veroorzaken en later misschien nog diarree.
Gelukkig stelde dat telefoontje me gerust…
 
Toen we ‘m later hadden wakker gemaakt en ik met het plantje kwam aandragen,
vroeg ik: wat heb jij met het blaadje van het plantje gedaan?
En meteen ging zijn wijsvingertje z’n mondje in.
In mondje!
Heb je dat in je mondje gedaan?
Heel hard knikte hij ja…
 
 

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *